Staalname van kleikernen

Om het gedrag en de eigenschappen van de Boomse Klei  te onderzoeken, zijn heel wat experimenten in HADES geïnstalleerd. Voor het installeren van deze experimenten maken de techniekers van EURIDICE een cilindervormig boorgat in de klei. In dit boorgat kunnen de onderzoekers meetinstrumenten plaatsen. Om deze opening te maken wordt de relatief zachte klei in kleine stukjes verbrijzeld door een boorkop waarop een reeks tanden zijn aangebracht. Op die manier maakt men boorgaten met een diameter van een vijftiental centimeter, soms tot 40 meter diep in de klei.

Een belangrijk deel van het onderzoek vindt echter plaats in bovengrondse laboratoria. Wetenschappers van SCK•CEN  of van andere onderzoeksinstellingen bestuderen er het mechanische gedrag van klei in speciaal ontworpen testopstellingen of meten de migratiesnelheid van radionucliden in klei in een meer gecontroleerde omgeving. Voor deze bovengrondse proeven zijn stalen nodig van Boomse Klei die zo weinig mogelijk verstoord is. Het technische team van EURIDICE neemt deze stalen door middel van zogenaamde “gekernde boringen”.

Drill head Drill head core sampling

 
Boorkop voor het maken van boorgaten

 
Boorkop voor de staalname van kleikernen

Bij een “gekernde boring” is het de bedoeling om onverstoorde, cilindervormige  kernen uit te klei te halen. In dat geval maken de techniekers gebruik van een holle, dubbelwandige boorstang. De buitenste wand is uitgerust met tanden die de klei rondom de kleikern wegboren. De binnenste wand schuift stelselmatig over de intacte kleikern tot de kleikern een lengte heeft van ongeveer 1 meter. De dubbelwandige boorstang met de kleikern wordt vervolgens uit het boorgat gehaald. De metalen binnenwand wordt geopend, de kern wordt eruit gehaald en luchtledig verpakt om de klei te beschermen tegen oxidatie.

 

Bekijk onderstaand filmpje over het nemen van kleikernen in HADES!